spraakprobleem

“Hè, wat zeg je?”

Soms kan niet verstaanbaar spreken voor u of de omgeving van uw kind frustrerend zijn. Uw kind wordt vaak gevraagd iets te herhalen of uw kind kan zich niet uitdrukken op de manier zoal uw kind het wil. Wanneer er sprake is van verminderde verstaanbaarheid door een spraakprobleem kan de ik u en uw kind helpen.

Ontwikkeling van de spraak

Om tot spraak te komen spelen heel veel processen een belangrijke rol. Klanken moeten worden gevonden, moeten worden georganiseerd en spieren moeten worden aangestuurd om een bepaalde klank of woord uit te kunnen spreken.

Soms lukt het aansturen van de spieren niet goed of weet een kind niet zo goed hoe een bepaalde klank moet worden gemaakt. We speken dan van een motorisch spraakprobleem ofwel een fonetische articulatiestoornis.

Tijdens de vroege klankontwikkeling kan uw kindje nog niet alle klanken goed uitspreken. Uw kindje verwisseld klanken of laat klanken weg. Tot 3 jaar is dit een normaal proces.

Soms kan het zijn dat door gehoorproblemen of andere omstandigheden deze processen niet vanzelf verdwijnen. Uw kind blijft dan bijvoorbeeld klanken verwisselen of weglaten. Vaak worden klanken consistent verwisseld. Dit betekent dat bijvoorbeeld een /k/ altijd wordt verwisseld door een /t/. Dit heet een fonologische articulatiestoornis.

Tijdens de klankontwikkeling, kunnen klanken ook verkeerd georganiseerd en gepland worden. Klanken worden eigenlijk verkeerd geprogrammeerd en aangestuurd. Hierdoor kunnen er klankverwisselingen plaatsvinden of worden klanken binnen een woord omgedraaid of weggelaten.

Vaak zien we ook dat hoe complexer de uitspraak, hoe meer fouten er ontstaan. tevens is er bij een verkeerde organisatie en planning sprake van het steeds verwisselen van andere klank. Het foutenpatroon is dus steeds anders. De ene keer is de /k/ een /t/, op het ander moment een /p/. Wanneer bovenstaande aan de orde is kunnen er vermoedens bestaan van verbale ontwikkelingsdyspraxie.

Signalen spraakprobleem:

  • slissen (de /s/ wordt tegen of tussen de tanden gemaakt)
  • snel onverstaanbaar spreken (broddelen)
  • stotteren
  • moeite met het maken van bepaalde klanken (bijvoorbeeld de /r/ wil niet rollen)
  • moeite met klankverbindingen (bijvoorbeeld /st/ wordt /t/, stoel wordt toel)
  • klankverwisselingen (bijvoorbeeld /k/ wordt /t/, koe wordt toe)
  • klanken worden weggelaten (hek wordt ek)
  • moeite met meerlettergrepige woorden (bijvoorbeeld afstandsbediening wordt afdiening)
  • nasaliteit (neuzige spraak)
  • schisis (gespleten gehemelte)

Wat doet de logopedist?

De logopedist onderzoekt of klankontwikkeling passend is bij de leeftijd van uw kind. Ze onderzoekt of er sprake is van een motorisch probleem of fonologisch probleem. Omdat kinderen met spraakproblemen ook prikkelverwerkingsproblemen kunnen hebben, zal wanneer wenselijk, SI-onderzoek plaatsvinden.

Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek wordt er een werkwijze toegepast, die het best past bij het oplossen van het spraakprobleem van uw kind. Onderdelen van de behandeling kunnen zijn; het versterken van de mondmotoriek, het aanleren van bepaalde tongplaatsing, lippen en kaakstand bij klanken of het luisteren, beoordelen van verschillende klanken en klanken leren onderscheiden.